Elektronische nieuwsbrief voor de burgemeester  
  TIPS VOOR DE LOKALE VEILIGHEID  
  www.vps.fgov.be                                                   n° 8 - maart 2006
 
Graffiti: een zaak van de gemeente  
 
INLEIDING - Graffiti is een vorm van overlast die we associëren met jongerencultuur. Graffiti is niet alleen een vorm van vandalisme, maar ook een populaire manier van een bepaalde groep jongeren om zich te uiten. Het is een probleem dat een integrale aanpak vereist: niet alleen repressief en curatief, maar ook preventief en educatief. Een samenspel van verschillende methodes levert de beste resultaten op, getuigen de goede praktijken van Brugge, Mortsel en La Louvière.
 
 
GRAFFERS, TAGGERS, BOMBERS, WRITERS ... WAT IS GRAFFITI?

Een graff is een (muur)schilderij gemaakt met verfspuitbussen. Een tag is graffiti bestaande uit letters, meestal de signatuur van de maker. Tags vind je vaak op muren en panelen van gebouwen. Sinds kort beperkt graffiti zich niet langer tot verf: er bestaan ook graveermethodes en sinds 2005 worden er graffiti’s gemaakt met een mengeling van verf en zuur uit autobatterijen. Vooral ramen worden beklad met deze vorm van graffiti, maar ook muren, en trein- en tramstellen. De kosten voor herstel kunnen hoog oplopen, omdat er geen andere oplossing is dan het vervangen van het glas of het paneel. Omdat meestal privé-eigendommen worden besmeurd, is graffiti een vorm van vandalisme en versterkt in de getroffen buurten het onveiligheidsgevoel.
 
 
JURIDISCH

Graffiti maakt vaak deel uit van de Veiligheids- en Preventiecontracten van gemeenten. Sinds april 2005 kunnen graffitispuiters gestraft worden met een gemeentelijke administratieve sanctie (GAS). De GAS zijn een sanctie-instrument voor de gemeenten, zodat zij via bestuurlijke weg overtreders van het politiereglement kunnen bestraffen. Op die manier zijn de gemeenten niet afhankelijk van parket of strafgerechten. Er zijn vier types van administratieve sancties:
• De administratieve geldboete (max. 250 euro).
• De administratieve schorsing van een door de gemeente afgeleverde toelating of vergunning.
• De administratieve intrekking van een door de gemeente afgeleverde toelating of vergunning.
• Tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.
Gevangenisstraffen komen er dus in principe niet meer aan te pas.
 
 
GEMEENTEN PAKKEN GRAFFITI AAN

Sinds 1996 voert
Brugge een positief ‘meersporen’ graffitibeleid. Dit meersporenbeleid bestaat uit vier pijlers: repressief, curatief, artistiek en sensibiliserend. Een speciale cel van de politie spoort graffitispuiters op en identificeert hen; de cel brengt ook de tags in kaart. Wat niet vermeden kan worden, verwijdert de stad (gratis) met een lagedruksysteem of met steenmeelpoeder. Men streeft ernaar om graffiti binnen 48 uur weg te halen om de daders zo te ontmoedigen. Doel van graffiti is immers om gezien te worden, dus snelle verwijdering is zeer effectief. Bovendien geeft een snelle verwijdering de bevolking vertrouwen in de aanpak van de gemeente. Maar daders oppakken en graffiti verwijderen is niet genoeg: Brugge werkt ook aan ondersteuning voor de jongeren door een ontmoetingsplaats voor graffiteurs te creëren, een ‘place to be’ voor de ‘masters’. Deze locatie wordt gelinkt aan andere artistieke uitingen zoals hip hop en breakdance. Graffitispuiters krijgen verantwoordelijkheid door hen de leiding van de workshops toe te vertrouwen. Een laatste pijler van het meersporenbeleid, de sensibilisering, houdt de bevolking op de hoogte via een folder en persartikels. Slachtoffers krijgen een brief met uitleg over graffiti. Deze mengeling van repressie, preventie en begeleiding heeft gezorgd voor een vermindering van de inbreuken, minder overlast, en een positievere houding van de slachtoffers. Irritatie en vijandigheid hebben plaats gemaakt voor dialoog.

Ook het graffitibeleid van
La Louvière vertrekt vanuit het streven naar dialoog. Deze stad wilde het onveiligheidsgevoel verminderen door stereotypen aan te vechten, openbare plaatsen te veraangenamen en erkenning te bekomen voor de ‘straatkunst’. Het artistieke luik van dit beleid is sterk uitgewerkt met workshops tijdens schoolvakanties, woensdagnamiddagen en weekends en met een project waar graffiti-amateurs kunnen leren van de artiesten. Gezamenlijk gerealiseerde graffiti wordt door de gemeente ingehuldigd en er wordt veel communicatie gevoerd rond het project.

Gemeentes zoals
Berchem, Ukkel, Anderlecht concentreren hun graffitibeleid op het verwijderen van de graffiti. Dit gebeurt met bijtende schoonmaakproducten, hogedruk- en lagedrukreinigers en zandstralers. Afhankelijk van de gemeente gebeurt dit gratis, of tegen een kleine kostprijs. In sommige gemeenten is het ook mogelijk om als particulier een subsidie aan te vragen voor het aanbrengen van een anti-graffitilaag op gevels en muren. In Ukkel wordt voor graffitiverwijdering voorrang gegeven aan onzedelijke of xenofobe tags, en aan de meest zichtbare graffiti.

Mechelen zette in 2002 de bevolking in om graffitispuiters aan te geven. Elke Mechelaar die de laatste 5 jaar graffiti had gevonden op zijn gevel, werd gevraagd dit aan te geven bij de lokale recherche. Er werd ook aangeraden om een foto te nemen van de graffiti, als bewijs.

Brussel startte in 2002 een graffitibrigade op die op vraag van bewoners tags komt verwijderen met een zandstraler onder lage druk. De bijdrage voor de burger bedraagt ongeveer 15 euro. Er werden ook artistieke projecten uitgewerkt met graffiteurs om openbare plaatsen te verfraaien (bv de gang van een station).

Knokke-Heist kiest ook voor een geïntegreerd beleid. De stad maakt voor de slachtoffers van graffiti een meldingsformulier en een brochure met tips voor verwijdering. Particulieren kunnen in de toekomst éénmaal gratis graffiti laten verwijderen. Op het educatieve vlak wordt er gedacht aan een graffitizone, een graffitiwedstrijd met een tentoonstelling. De gemeente zal ook een actief opsporingsbeleid voeren met alternatieve strafmaatregelen.
 
 
GEÏNTEGREERDE OPLOSSINGEN

De beste resultaten worden geboekt door een geïntegreerde aanpak waarbij preventie, politie en jeugddiensten samenwerken, ondersteund door een doordachte sensibilisering van de bevolking. Graffiti moet gezien worden als een fenomeen, niet als een probleem. Dit kan bereikt worden door:
1. preventief: vermijd zoveel mogelijk Graffiti door aantrekkelijke initiatieven te bieden aan jongeren. Biedt jongeren workshops aan en betrek kunstacademies of jongeren- en cultuurcentra bij de organisatie. Betrek ook ervaren graffitispuiters als begeleiders en adviseurs. Graffiti heeft ook te maken met een behoefte aan erkenning en respect; speel hierop in. Maak eventueel gebruik van ‘coatings’, dit zijn anti-graffitilagen die op oppervlakten kunnen worden aangebracht.
2. repressief en curatief: probeer Graffiti zo snel mogelijk te verwijderen door een technische dienst. Dit is belangrijk om de graffitispuiters te ontmoedigen. Breng de tags systematisch in kaart met foto’s en spoor en identificeer daders. Politie werkt hiervoor best samen met de jeugddienst, zowel om daders gemakkelijker op te sporen, als om de jongeren verder te begeleiden.
3. sensibilisatie: sensibiliseer de bevolking en informeer hen over graffiti en het geïntegreerde graffitibeleid. Informeer de bevolking ook over het kunstzinnige aspect van graffiti en incorporeer het in het cultuurbeleid van de gemeente. Graffitispuiters kunnen gesensibiliseerd worden door hen via workshops aan te leren hoe slachtoffers van graffiti zich voelen.
 
 
INFORMATIE

Voor meer informatie betreffende graffitiprojecten, kan u contact opnemen met:
• Knokke-Heist: Annie D’Hondt, preventieambtenaar, 050/63.04.73
• Brugge: Koen Timmerman, preventieambtenaar, 050/44.80.67
• Oostende: Dominique Croo, preventieambtenaar, 059/80.55.00
• Mortsel: Sofie Mortelmans, preventieambtenaar, 03/444.17.23
 
 
UW MENING TELT
 
 
Heeft u vragen bij deze nieuwsbrief, tips of suggesties voor een volgende editie, laat het ons weten per mail of brief aan:
Algemene Directie Veiligheids en Preventiebeleid
Ann Cossement
Waterloolaan 76
1000 Brussel
Tel: 02/557.33.53
Fax: 02/557.33.67
 
 
ONZE GEGEVENS
 
 
V.U. : Jérôme Glorie, directeur-generaal Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid, FOD Binnenlandse Zaken
Redactie:
Tinne Mertens, onderzoeker Universiteit Hasselt, SEIN, onderzoeksgroep ‘Overheid en Samenleving’, tel.: 011/26.87.68
Ilse Gilops, onderzoeker Universiteit Hasselt, SEIN, onderzoeksgroep ‘Overheid en Samenleving’, tel.: 011/26.86.92
Ann Cossement, attaché, externe communicatie, Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid, tel.: 02/557.33.53
 
 
ARCHIEF
 
 
Belgische Prijs voor Veiligheid en Criminaliteitspreventie (n° 7 - februari 2006)
Buurtvaders in de strijd tegen overlast (n° 6 - december 2005)
Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS) (n° 5 - november 2005)
Ramkraken (n° 4 - augustus 2005)
Woningbewaking in geval van langdurige afwezigheid (n° 3 - juli 2005)
Buurtinformatienetwerken (BIN) (n° 2 - april 2005)
Woninginbraken: beter voorkomen dan genezen (n° 1 - maart 2005)
 
 
Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid - Waterloolaan 76 - 1000 Brusssel - 02/557.33.99 - mail